Praktijkvoorbeelden

Praktijkvoorbeelden

Mevr. Gerards (82) heeft artrose in haar linkerheup. Daardoor kan ze moeilijk opstaan van het toilet. Haar man helpt haar nu elke keer overeind. Dat valt hem zwaar, bovendien kan hij zijn vrouw niet lang alleen laten. De ergotherapeut leert mevrouw Gerards hoe ze zelf makkelijker kan opstaan. Daarvoor heeft ze wel een hogere toiletpot plus een muursteun nodig. De WMO-aanvraag die ze daarvoor nodig heeft, vult de ergotherapeut samen met mevrouw Gerards in.

Meneer Pieterse (76) heeft een beroerte gehad. Sindsdien vindt hij het moeilijk te overzien wat er allemaal gebeurt op een dag. Het is een warboel in zijn hoofd en onthouden is een probleem. De ergotherapeut stelt voor een agenda bij te houden. Samen met zijn vrouw noteert hij daarin alles wat hij op een dag wil doen. Van opstaan, aankleden, ontbijten, tot de post bekijken of gewoon even zitten op de bank. Om te voorkomen dat hij de tijd vergeet, zet hij bij sommige bezigheden vooraf een wekkertje. De agenda en het wekkertje geven hem zoveel houvast dat het weer rustiger wordt in zijn hoofd.

Boodschappen doen

Boodschappen doen is soms een hele toer

 

De heer Boekema (47) is alleenstaand. Hij heeft chronische pijnklachten en vermoeidheid. Elke ochtend loopt hij een half uur met de hond en doet hij een half uur boodschappen. Dit kost hem zoveel energie dat hij de rest van de dag vaak op de bank ligt. Een warme maaltijd klaarmaken schiet er vaak bij in. Hij heeft het gevoel geleefd te worden. Samen met de ergotherapeut brengt hij in kaart wat hij op een dag wil doen. Langzaam leert hij zich te beperken en zijn energie beter te spreiden over de dag. Nu loopt hij drie keer per dag 10 minuten met zijn hond. Door ’s ochtends vast zijn groente te snijden, verdeelt hij het bereiden van de warme maaltijd beter over de dag. Inmiddels is hij voor het eerst weer eens ’s avonds op visite geweest bij zijn broer.

Ingrid (36) heeft al enige jaren pijn aan haar armen, vooral aan haar rechterhand en -schouder. Het is zo erg dat zij maar een paar uur per dag kan werken. Thuis is ze vaak moe en ligt ze veel op de bank. De bedrijfsarts heeft haar aangeraden tijdelijk helemaal te stoppen met werken. Maar Ingrid ziet er tegenop om thuis te zitten. De ergotherapeut leert Ingrid hoe ze haar werk beter kan doseren. Ze heeft namelijk de neiging door te gaan tot het werk af is. Hij leert haar ook een prettiger zithouding aan te nemen en meer grip te krijgen op haar perfectionisme. Langzaam komt er weer evenwicht en vindt ze het plezier in haar werk terug. Thuis ligt ze niet meer uren op de bank maar wisselt haar activiteiten af met rust en ze gaat sporten. Inmiddels is ze bezig haar werkuren uit te breiden met hulp van een schema dat ze samen met haar ergotherapeut heeft opgesteld.